Eigenlijk is de symmetrische tonische nekreflex (STNR) geen primaire reflex maar een overgangsreflex. De baby maakt de overgang van liggend op de vloer naar het kruipen. Bij het buigen van het hoofd richting de vloer, komen de billen omhoog, buigen de armen en worden de benen gestrekt. Brengt het kindje het hoofd vervolgens weer naar achteren, buigen de benen en komt het tot de “kathouding”; handen op de grond, armen gestrekt en billen rustend op de onderbenen. 

Deze reflex zorgt voor het afzonderlijk kunnen bewegen van het boven- en onderlichaam die tegengesteld werken: wanneer de bovenste helft gestrekt is kan de onderste helft zich buigen en omgekeerd. Deze reflex is rond de zesde tot de tiende maand na de geboorte actief.

Deze reflex is belangrijk voor het ontwikkelen van visuele en auditieve verwerking. Als deze reflex zich niet echt ontwikkelt zal het echte kruipen uitblijven (billen schuiven). Dit zal de ontwikkeling van de verbindingen van de twee hersenhelften in de neocortex beinvloeden en dus gevolgen hebben voor de ontwikkeling van lezen en schrijven.

Signalen voor nog een actieve STNR;

  • slechte, gebogen houding
  • hoofdpijn van spierspanning in de nek
  • moeite met schrijven
  • moeite met begrijpend lezen
  • moeite met stilzitten
  • zit in “W” zit
  • moeite met overschrijven van bord
  • moeite met balsporten zoals tennis
  • moeite met schoolslag
  • concentratieproblemen